Webinar 7 april: Volop werk maar hoe kom je aan een baan?

In West-Brabant is een bijzondere beweging op gang, de Agenda Beroepsonderwijs, www.agendabowb.nl Onderwijs, overheid en bedrijfsleven slaan de handen ineen om mensen gericht op te leiden tot arbeidsfitte medewerkers en ondernemers om volwaardig deel te kunnen nemen aan de samenleving van nu en die van de toekomst. De arbeidsmarkt is krap. De huidige aanpak om zijinstromers succesvol naar werk te begeleiden is te beperkt en te versnipperd. Dat willen we veranderen. We willen ervoor gaan zorgen dat talent en waarde gekoppeld worden, dat er sprake is van talentontwikkeling en dat we werken naar inclusief human resource management en een leven lang ontwikkelen. Geïnteresseerd hoe we te werk gaan? Klik hier voor meer informatie of om je in te schrijven voor het gratis seminar.

Hogeschool onderzoekt studentenwelzijn in coronatijd

De Christelijke Hogeschool Ede (CHE) wil een duidelijker beeld krijgen van hoe het met haar studenten gaat nu de lockdown langer duurt. De hogeschool start daarom op 1 maart 2021 in samenwerking met het Trimbos Instituuteen landelijke monitor studentenwelzijn. Volgens het Trimbos Instituut is er veel bezorgdheid over de mentale gezondheid en het middelengebruik van studenten in het hoger onderwijs. Maar harde cijfers ontbreken. Daarom doet het instituut nu landelijk onderzoek in samenwerking met verschillende hogescholen en universiteiten. Resultaten van de landelijke monitor worden in het najaar bekendgemaakt.

Studenten willen na corona het liefst hybride onderwijs

Tijdens de coronacrisis zat er helaas weinig anders op: het onderwijs moest online. Maar na de crisis moet dat toch echt anders, menen studenten. Dat blijkt uit onderzoek van StudeerSnel onder 514 jongeren. Tijdens de tweede golf zijn studenten massaal online gaan leren. Zeventig procent van de hen besteedde in die periode zelfs meer dan tachtig procent van hun studietijd online. Na de crisis zien de studenten het liever anders. Tweederde geeft dan de voorkeur aan hybride onderwijs, waarbij digitaal leren met fysieke lessen in de klas worden afgewisseld. Dat ze niet alleen online willen leren, heeft meerdere redenen. 75 procent geeft bijvoorbeeld aan dat ze sneller afgeleid zijn bij online onderwijs. Dat heeft flinke gevolgen. Bij eenderde zijn de studieresultaten verslechterd.

Groei robotisering vraagt om agenda voor arbeidsmarkt

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) pleit in het rapport ‘Robotisering en de kwaliteit van werk’ voor een landelijke robotisering-agenda. De overheid moet risico’s en kansen van robotisering op de werkvloer goed blijven volgen en waar nodig bijsturen. Er worden steeds meer robots ingezet op de werkvloer. Dat heeft invloed op de kwaliteit van werk: het inkomen en de werkzekerheid van werkenden, de ervaren werkdruk, de betekenis van werk en de mogelijkheden om voor anderen te zorgen en te (blijven) leren. Robotisering werkt door in het welzijn van mensen, in het functioneren van organisaties én de kwaliteit van de samenleving.

Verkenning scenario’s kennisinfrastructuur onderwijs

Verbetering van de kwaliteit en kansengelijkheid in het onderwijs vraagt om structurele aandacht. Een betere benutting van kennis kan een belangrijke bijdrage leveren aan onderwijs dat werkt voor alle leerlingen. Dat schrijven de demissionaire onderwijsministers Slob en Van Engelshoven in een brief aan de Tweede Kamer, in reactie op het advies ‘Omwille van goed onderwijs’ van de Galan groep. Het ministerie van OCW had de Galan Groep gevraagd een verkenning uit te voeren naar mogelijke scenario’s om de kennisinfrastructuur voor beter onderwijs te versterken. De versterking van de kennisinfrastructuur zou een investering van de overheid tussen de 70 en 85 miljoen euro per jaar vergen.

 

Samen of gescheiden naar school?

Na de basisschool worden jongeren voor het eerst geselecteerd en verdeeld over verschillende leerwegen en onderwijsniveaus. Zoals het onderwijs nu is georganiseerd, gaan jongeren met uiteenlopende onderwijsniveaus elk naar hun eigen school. Dit heeft als risico dat zij opgroeien met leerlingen met een vergelijkbare achtergrond. Jongeren met verschillende achtergronden ontmoeten elkaar niet. Omdat er een grote samenhang is tussen onderwijsniveau en achtergrondkenmerken van leerlingen betekent deze fysieke scheiding een vrij rigoureuze sociale splitsing tussen groepen. Het onderwijs staat op deze manier ver af van haar doel om leerlingen als burgers te leren samenleven in een complexe en diverse samenleving, zo concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SPC) in een recente rapportage.

Microsoft vs Google vs Apple in het PO en het VO: de cijfers

Kennisnet heeft onderzoek gedaan naar het gebruik van de omgevingen van Microsoft, Google en Apple in zowel het PO als het VO. Hierbij is een onderscheid gemaakt naar apparatuur en samenwerkomgevingen. Het laatste heeft Apple natuurlijk niet. Dus heeft men in dat kader gekeken naar het gebruik van Jamf, wat een beheeromgeving voor devices is.
Het beeld dat wordt geschetst door Kennisnet komt redelijk overeen met het beeld wat ik heb op basis van wat ik in de praktijk tegen kom.
 

Gebruik van de platformen

Als we kijken naar het gebruik van de platformen, dan is Microsoft 365 nog steeds dominant. In het VO wordt het door 83% van de respondenten gebruikt, in het PO door 79%. Het vergelijkbare Google Workspace is in gebruik bij 32% van de respondenten uit het VO en 45% van de respondenten uit het PO.
Jamf, wat eigenlijk niet vergelijkbaar is met Microsoft 365 en Google Workspace, is in gebruik bij 37% van de respondenten uit het VO en 46% van de respondenten in het PO.
 
Bij elkaar iedere keer geen 100%, zul je misschien denken. Dat klopt. De platformen worden namelijk vaak naast elkaar gebruikt. Zo ken ik verschillende schoolbesturen die Google Workspace inzetten richting de leerlingen en voor de onderlinge samenwerking met Microsof 365 werken. Ik zie overigens ook de eerste schoolbesturen die hiervan terug komen en uiteindelijk voor één platform gaan. Daarbij zijn er zeker in het PO ook steeds meer die voor uitsluitend Google Workspace kiezen.
Omdat er in de onderbouw en voor beeldverwerking in de bovenbouw ook gewerkt wordt met iPads heeft men tenslotte vaak ook JAMF in gebruik voor het beheer daarvan. Maar zoals gezegd, Jamf is geen samenwerkplatform.
 

Gebruik van apparaten

Kijken we naar de apparaten, dan is het beeld als volgt:
  • In het primair onderwijs wordt veruit het meest gebruik gemaakt van Chromebooks (60%), gevolgd door de iPad (25%) en Windows laptops/desktops (15%). Mijn ervaring is dat in het PO Windows machines vrijwel uitsluitend nog gebruikt worden door medewerkers. Voor leerlingen worden er eventueel nog een paar ingezet op het moment dat men bijvoorbeeld voor wat betreft het digitaal toetsen nog niet de overgang heeft gemaakt naar CP Online van Cito. Of voor wat betreft de dyslexie-software werkt met Kurzweil en nog niet de overgang heeft gemaakt naar een webbased alternatief zoals Textaid van Readspeaker.In de bovenbouw van het PO wordt vooral gewerkt met Chromebooks terwijl in de onderbouw de iPads favoriet zijn. De iPads worden overigens ook in de bovenbouw ingezet voor beeldverwerking (denk aan werken met green screens etc).
  • In het voortgezet onderwijs wordt juist veel meer gebruikgemaakt van Windows devices (58%). Chromebooks (32%) en iPads/MacOS devices (10%) worden beduidend minder gebruikt. Daar waar het er een aantal jaren geleden op leek dat de iPad het hele VO zou veroveren is deze tendens volledig omgeslagen. Veel scholen zijn er op terug gekomen omdat de iPad zich nu eenmaal veel minder dan een Windows laptop of Chromebook leent voor het produceren van content. Iets wat toch echt van leerlingen in het VO wordt verwacht, net als van leerlingen in de bovenbouw van het PO. Ik heb de indruk dat veel scholen die in eerste instantie hadden gekozen voor de iPad als device voor leerlingen de overgang hebben gemaakt naar Chromebooks. Ze hadden toen ze hadden gekozen voor de iPad namelijk al de overgang gemaakt naar een volledig webbased digitale leer- en werkomgeving voor leerlingen. Iets wat ook een voorwaarde is om te kunnen werken met chromebooks.
 

Momentopname

Bovenstaande is natuurljk een momentopname. Mijn verwachting is dat naarmate de tijd vordert het gebruik van de Chromebook in het VO nog wel iets zal groeien. In het PO kan dit bijna niet meer, tenzij het totaal aantal devices sterk toeneemt doordat bijvoorbeeld steeds meer scholen voor ieder kind een eigen device aanschaffen.
Ook in het VO worden steeds meer toepassingen webbased. En als je dan grotendeels webbased kunt werken (en dat kan: er zijn genoeg VO-instellingen die dit net als PO-instellingen al doen) zijn er voldoende argumenten om voor leerlingen de overgang te maken naar de Chromebooks en alleen voor een aantal specifieke toepassingen nog een beperkt aantal Windows-machines in te zetten. Niet in de laatste plaats de besparingen die mogelijk zijn op de beheerslasten. Daar waar een ICT-beheerafdeling niet zelf het initiatief neemt om de voor leerlingen de overgang te maken naar de Chromebooks zie ik op veel plaatsen dan ook bestuurders het initiatief nemen. Al dan niet hiertoe aangezet door een Raad van Toezicht.
 
Voor wat betreft de platforms vindt ik het lastiger te voorspellen wat er gaat gebeuren. Jamf zal waarschijnlijk stabiel blijven omdat het aantal iPads stabiel blijft. Maar of Google Workspace nu gaat groeien ten koste van Microsoft 365 of andersom? We gaan het beleven. Ik kon zo snel geen betrouwbare recente cijfers vinden over de ontwikkeling van het marktaandeel van beide partijen binnen het onderwijs in Nederland.